Zoals bij veel beleidsterreinen, lopen beginnende planologen tegen een kennisgat aan. Hun opleiding sluit nooit volledig aan op de praktijk. Logisch, want planologen worden binnen een gemeente bij veel onderwerpen betrokken en je kunt niet meteen overal verstand van hebben. Begeleiding van een ervaren planoloog biedt dan uitkomst. Gelukkig werkte Kinranner Robert Beelen al twee jaar voor de gemeente Haarlem en Zandvoort. Hij was dus de ideale kandidaat om – samen zijn collega Joris – junior collega’s wegwijs te maken in dit complexe vakgebied.
Dubbel doel: de kenniskloof dichten…
Door twee junior planologen aan te nemen, beiden nieuw in het vakgebied, investeerde de gemeente Haarlem duidelijk in de toekomst. Maar de weg van theorie naar praktijk verloopt grillig. Zoals in veel beleidsmatige vakgebieden zijn wetenschappelijke opleidingen sterk theoretisch van aard, terwijl het dagelijks werk bij een gemeente óók vraagt om praktische kennis en vaardigheden. ‘Er is simpelweg een kloof tussen wat je op de universiteit leert en wat je als planoloog in de praktijk doet’, stelt Robert.
… én taken afbakenen
Bovendien is de rol van planoloog binnen een gemeente enorm breed. Robert: ‘Je wordt heel vaak gevraagd om aan te schuiven en ergens over mee te denken. Leuk, want juist dat maakt je baan zo veelzijdig. Maar doordat je bij veel verschillende onderwerpen betrokken bent, is het soms lastig om te weten waar je exacte taken en bevoegdheden liggen – zeker als je net begint.’ Deze twee uitdagingen vroegen om een gerichte training, vervolgt Robert: ‘Doordat ik hier al ruim een jaar als planoloog rondliep, kwamen ze vanzelf bij mij uit. En bij mijn collega Joris, want we geven deze training samen.’
Zes dagen, vier blokken, één doel
De training duurt ongeveer een halfjaar en bestaat uit zes volle werkdagen met een ochtend- en middagprogramma: ’s ochtends theorie, na de lunch praktijkgerichte onderdelen. Tussendoor hebben de cursisten steeds een maand om het geleerde in praktijk te brengen. Het programma telt vier blokken. Het eerste behandelt de theorie: van het ‘Huis van Thorbecke’ tot de vraag wat de fysieke leefomgeving precies inhoudt. En hoe die zich verhoudt tot andere domeinen, zoals jeugdzorg. Het tweede blok gaat over competenties, met samenwerken en integraal werken als rode draad. ‘Planologen krijgen met veel onderwerpen te maken, legt Robert uit. ‘Van riolering tot stedenbouw en geluidsbelasting; je hebt natuurlijk niet overal gelijk verstand van. Ook moeten ze leren voor wie ze dit uiteindelijk doen, namelijk de samenleving: inwoners en ondernemers. Dat besef is héél belangrijk.’
Het derde blok draait om casuïstiek. Doordat Robert en Joris al een tijd bij gemeenten rondlopen, kunnen ze met echte dossiers werken. Robert: ‘Neem de mogelijke komst van een onderscheidend
dining-concept. De junioren moeten leren hoe je de potentie daarvan afweegt tegen de beperkte ruimte voor nóg meer horeca. Welk belang wint?’ In het vierde blok leren de cursisten hoe ze hun rol in moeten vullen, en waar grenzen liggen: wat zijn nou precies jouw verantwoordelijkheden als planoloog? Robert legt uit: ‘Ik geef ze mee wat hun kerntaak is: met de juiste informatie en argumenten adviseren over de wenselijkheid én haalbaarheid van plannen in de fysieke leefomgeving. Klinkt makkelijk, is het niet. Herhaling is nodig, want de praktijk is complex.’
Leuk én nuttig
Het trainersduo heeft de lesstof onderling verdeeld, waarbij Robert vooral de theorie voor zijn rekening neemt. Toch stonden ze de eerste dagen allebei voor de groep, om de training goed op de rails te krijgen. Dat kostte de nodige voorbereiding, zegt Robert: ‘Je traint feitelijk je collega’s, dus je wilt het goede voorbeeld geven. Bovendien is de tijd beperkt, waardoor je constant keuzes moet maken: wat doen we wel, wat niet. Dat geeft extra werkdruk, maar ik haal er ook veel energie uit. Omdat het leuk is, en omdat ik zie dat het werkt: de cursisten zijn enthousiast en stellen veel vragen. Daarbij slinkt hun kennisgat, terwijl hun taakbesef groeit. Precies waarom we dit zijn gaan doen, dus dat motiveert.’
Klaar voor bredere uitrol
Robert denkt dat meer gemeenten baat hebben bij dit soort trainingen: ‘De kloof tussen studie en praktijk is natuurlijk niet uniek voor Haarlem. Net als de brede, en daardoor soms diffuse rol van de planoloog. Dit is geen exclusief planologisch probleem, maar geldt voor meerdere beleidsgebieden binnen de fysieke buitenruimte. Binnenkort gaan veel seniors met pensioen en betreden starters het werkveld. En wie bij van alles wordt betrokken, heeft baat bij helderheid over zijn kerntaak.
Beide uitdagingen spelen dus overal. Gelukkig hebben we deze training behoorlijk goed op de rit. Bovendien bestaat hij uit een vast deel, gericht op wat overal nodig is, en een flexibel deel dat kan worden ingevuld met specifieke lokale casuïstiek. Kortom: de basis ligt er. Ik zie dus zeker kansen om onze adviesrol en die van kennispartner te combineren. Op die manier kunnen we junior medewerkers ook bij gemeentelijke organisaties laten groeien in hun rol en klaarstomen voor de toekomst.’
Ook Robert inschakelen?
Hij en onze andere Kinranners helpen je met alle liefde bij je opgave, groot of klein.
Ontmoet ons team of neem direct contact met ons op.
Zelf ook zo’n toffe opdracht?
Wij luisteren naar jou en bieden je alleen werk dat écht bij je past. Beloofd.
Lees hoe het is om bij Kinran te werken of check gelijk onze vacatures.
| Deel |
|
Onze diensten
Op de hoogte blijven?Ontvang maandelijks onze nieuwsbrief met de laatste inzichten en projecten over Ruimtelijke Ontwikkeling, VTH, Duurzaamheid & Strategieontwikkeling. |
|

Overzicht
Aflevering 20