Sinds 1 januari 2024 is de Omgevingswet van kracht. Die wet bundelt maar liefst 26 wetten, honderd AMvB’s en talloze gemeentelijke verordeningen. Zo ontstaat één samenhangend geheel voor de fysieke leefomgeving. De wet brengt ruimtelijke ordening, vergunningverlening en milieuwetgeving bij elkaar. Ook duurzaamheid en welzijn krijgen zo een vaste plek in ruimtelijke plannen. Het doel? Eenvoudigere en betere. Maar in de praktijk blijkt de overgang complex. Gemeenten hebben tot 2032 de tijd om tijdelijke omgevingsplannen om te zetten naar definitieve. En dat vraagt veel.
Werken op een andere manier
De Omgevingswet vraagt om een fundamenteel andere manier van werken: van sectorale blik naar integrale aanpak. Voor ruimtelijke plannen moeten alle disciplines vanaf de start van een project samen aan tafel. Niet alleen ruimtelijke ordening, maar ook milieu, geluid, verkeer, groen – soms zelfs sociaal domein. Voorheen gaven adviseurs apart hun advies en moest de planoloog dat tot één geheel puzzelen. Nu ontstaat direct dialoog, waardoor adviseurs hun standpunten op elkaar afstemmen. Ook de grondhouding verandert: van ‘nee, tenzij’ naar ‘ja, mits’.
Die andere houding vraagt aanpassing van medewerkers én organisatie, en daar komen praktische uitdagingen bij kijken. Denk aan de flink andere organisatie- en overlegstructuur die voor zo’n integrale aanpak nodig is. Daarnaast hebben gemeenten veel vrijheid in hoe ze hun omgevingsplan inrichten, wat de vraag oproept: doen we het wel goed? Bovendien worstelen veel mensen met hun veranderde rol en bevoegdheden. Van ambtenaren in de uitvoering tot beleidsmakers en raadsleden: iedereens werk ziet er anders uit sinds de komst van de Omgevingswet.
Integraal samenwerken biedt kansen
De Omgevingswet mag dan complexe situaties opleveren, hij biedt ook kansen. Het grootste voordeel: integrale samenwerking wordt verplicht. Door vroeg met elkaar in gesprek te gaan, kunnen adviseurs en beleidsmakers samen tot een adequate oplossing komen. Bovendien is het nieuwe uitgangspunt – ‘ja, mits’ – waardevol, bijvoorbeeld voor grote maatschappelijke opgaven als woningbouw. Dit alles maakt het waardevol om te wennen aan de nieuwe werkwijze. Want dat is waar de Omgevingswet vooral om draait: van de veranderingen zit zo’n 30 procent op wetsniveau, de rest gaat om gedrag. Iedereen moet over zijn eigen werkveld heen kijken – we moeten ontschotten. Lukt dat, dan ontstaat er een manier van werken die echt iets toevoegt.
Deskundige vreemde met ervaring
De transitie naar de Omgevingswet vraagt om kennis, ervaring én een frisse blik. De adviseurs van Kinran werken bij meerdere gemeenten en kunnen daardoor adviseren over werkprocessen en overlegstructuren. We kennen verschillende aanpakken en delen best practices. Juist omdat we extern zijn, kunnen we makkelijk door bestaande patronen heen breken en kritische vragen stellen als: “Waarom doen jullie het zo?” We helpen bovendien bij onduidelijkheid, bij efficiënte participatievormen en bij de keuze tussen zelf doen, uitbesteden of een gebalanceerde combinatie daarvan. Die praktische ervaring met verschillende werkwijzen maakt dat we de Omgevingswet van theorie naar praktijk kunnen brengen.
Lees en luister verder
Ontdek onze projecten en ervaar hoe wij samen met gemeenten, provincies en andere partners werken aan slimme, duurzame en toekomstgerichte oplossingen.
Ontdek de laatste actualiteiten én verdiep je in de wereld van ruimtelijke ordening met onze podcast Ruimtedenkers. In gesprek met professionals bieden we een exclusief inkijkje in het vakgebied actueel, inhoudelijk en inspirerend.